wonen

1234567891011121314151617
Across
  1. 3. Niet ziek meer.
  2. 6. Hierdoor kijk je naar buiten.
  3. 8. In deze kamer staan de bank en de tv.
  4. 9. Het kleinste kamertje.
  5. 10. Je doet hier het papier in.
  6. 11. Dit is boven in het huis.
  7. 13. Je map ligt hier op.
  8. 15. Dit is onder het huis.
  9. 17. Dit is bij je huis. Het is buiten.
Down
  1. 1. Hier kun je koken.
  2. 2. Hier ga je naar binnen.
  3. 4. Je map zit hier in.
  4. 5. In deze kamer staat jouw bed.
  5. 7. Hier kun je je wassen.
  6. 12. Niet vroeg.
  7. 14. Hier loop je naar boven.
  8. 16. De bovenkant van je huis.