Woorden §5.2 havo 2

123456789101112131415161718192021222324
Across
  1. 4. meelijwekkend, heel slecht, waardeloos
  2. 6. onbedoelde werking van een medicijn
  3. 9. 1 glans om iemand heen die alleen paranormaal begaafden kunnen zien; 2 uitstraling, air
  4. 12. reclame maken voor, pushen
  5. 13. kanker, woekergezwel
  6. 15. cel die in staat is om in een ander celtype te veranderen
  7. 18. les op een universiteit
  8. 20. 1 uiteindelijk; 2 volkomen, totaal, volledig
  9. 22. als je pech hebt, noodlottig, ongelukkig
  10. 23. bedolven raken
  11. 24. afschuwelijk, stuitend, bijzonder slecht
Down
  1. 1. zonder reden, onterecht
  2. 2. overplaatsing (van een orgaan) naar een ander deel van het lichaam of naar een ander lichaam
  3. 3. 1 behorend tot de Griekse/Romeinse Oudheid; 2 van blijvende waarde; 3 al lang bestaand, maar nog steeds geldend, traditioneel
  4. 5. verschijnsel
  5. 7. 1 gemis; 2 lichamelijk ongemak, fout, mankement
  6. 8. grondig, ingrijpend, met vergaande gevolgen
  7. 10. voortdurend, blijvend
  8. 11. 1 grondbeginsel, basis; 2 duidelijke overtuiging over wat goed en slecht is
  9. 14. vaststelling welke ziekte iemand heeft
  10. 16. in werkelijkheid bestaand
  11. 17. 1 je doel niet bereiken; 2 mankeren, tekortschieten
  12. 19. 1 een raket afschieten; 2 starten, uitbrengen
  13. 21. 1 land of gebied met een bestuur; 2 toestand waarin iets zich bevindt, hoe iets is