Woorden die we hebben geleerd

1234567891011121314
Across
  1. 4. de hoofdstad van de VS
  2. 9. in dit land is de moedertaal Duits
  3. 10. een hond en een kat zijn ---
  4. 12. ze woont hier met --- gezin
  5. 13. de dochter van mijn vader
  6. 14. waar kom je --- .Uit Italiƫ?
Down
  1. 1. hij is kok, hij werkt in een ---
  2. 2. een ander woord voor Nederland
  3. 3. waar ga je --- naar de dokter?
  4. 5. hier spreken de mensen Turks
  5. 6. Ik spreek geen andere talen --- Engels
  6. 7. ze --- in Gent, daar is haar huis
  7. 8. de --- van Aziz is Kermani
  8. 11. het is niet juist
  9. 12. wat is je naam, hoe --- jij?