Woorden Taal Blok 3

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950
Across
  1. 5. wild spelen
  2. 6. vis met roze vlees
  3. 10. het meedoen aan iets
  4. 13. zijn vrolijk, uitbundig zijn
  5. 15. wat gebouwd is
  6. 17. een gestippelde riviervis
  7. 19. hoogste punt van een gebouw
  8. 22. wegtrekken bleek worden (bijvoorbeeld van angst)
  9. 25. omvallen en daarbij over de kop gaan
  10. 26. iemand die ergens belangstelling voor
  11. 29. bol in het heelal die om de zon draait
  12. 31. vertellen wat er gaat gebeuren
  13. 32. grote eetbare roofvis
  14. 35. tegen opgewassen zijn ergens tegen kunnen
  15. 37. waar het vandaan kwam
  16. 40. weg die je moet volgen bv bij wedstrijd
  17. 41. lange, glibberige vis; lijkt op een slang
  18. 42. veel geld
  19. 45. zoeven
  20. 47. dat het kraakt heel hard vriezen
  21. 48. 24 uur, een dag en een nacht
  22. 49. bv voor een baan
  23. 50. grootte van een vlak, de lengte maal de breedte
Down
  1. 1. gebakken mengsel van ei
  2. 2. heel grote groep mensen (te veel om te tellen)
  3. 3. grote, belangrijke kerk
  4. 4. geld dat je aan een goed doel geeft
  5. 7. boos schreeuwen
  6. 8. licht of geluid terug laten gaan in de
  7. 9. verroeren je bewegen
  8. 11. de miljarden sterren (zoals de zon) en
  9. 12. schuin vlak van een berg of heuvel
  10. 14. hoe groot iets is
  11. 16. kleiner worden
  12. 18. hoe groot iets is als je eromheen meet
  13. 20. versie
  14. 21. gebied waar het altijd warm is
  15. 23. regen die meteen bevriest op de grond
  16. 24. opgeven voor laten weten dat je mee wilt doen
  17. 27. lopen zoals een eend
  18. 28. punt precies in het midden
  19. 30. lichte band aan de hemel ziet
  20. 33. het binnenste; het deel midden in een bol
  21. 34. zilverkleurig klein zeevisje, dat vaak rauw gegeten wordt
  22. 36. platte zeevis
  23. 38. gast zijn bezoeker zijn
  24. 39. (zoals de aarde) die je als
  25. 43. gebied of baan om op te skiƫn
  26. 44. manier waarop iets in elkaar zit
  27. 46. op een bepaalde manier opstellen je zo gedragen
  28. 47. wat kan stromen, zoals water