woordenbord week 40

123456789101112131415161718192021
Across
  1. 2. Iets wat ergens in of op gedrukt is
  2. 4. De dag voor vandaag
  3. 5. Een beetje nat
  4. 9. Een gebouw ingaan om er te stelen
  5. 13. De rommel
  6. 15. De dag voor gisteren
  7. 16. langzaam
  8. 17. Hard lachen
  9. 18. Iets wat naar of gemeen is om te doen
  10. 21. Op een andere plaats komen
Down
  1. 1. Werk waarmee je geld verdient
  2. 3. Het regent heel zachtjes
  3. 6. Een vriendelijke lach op je gezicht zonder geluid
  4. 7. Harde, ronddraaiende wind
  5. 8. De dag na vandaag
  6. 10. Heel erg nat
  7. 11. Zachtjes lachen terwijl je niet mag lachen
  8. 12. Het antwoord op een probleem of een vraag
  9. 14. De dag na morgen
  10. 19. Goed zoeken naar iets of iemand
  11. 20. snel