Woordenschat 1

123456789101112
Across
  1. 2. alleen
  2. 5. iets zeggen of doen als antwoord
  3. 7. met elkaar, samen
  4. 9. het risico nemen dat er iets gebeurt
  5. 10. geen risico nemen
  6. 11. de zin om iets te doen
  7. 12. doen alsof iets of iemand niet bestaat
Down
  1. 1. één of meer personen die samen in een huis wonen
  2. 3. ervoor zorgen dat iets volgens de regels gebeurt
  3. 4. door
  4. 6. bij aanwezig zijn
  5. 8. op korte termijn