Woordenschat
Across
- 2. Jason is een ________________ (= aardige) kerel. We gaan vaak samen naar het skatepark.
- 4. Letten op een goede houding, rug en nek niet belasten.
- 7. Van mijn moeder moet ik een ________________ (= met een goede kwaliteit) winterjas kiezen.
- 8. Die tekst kon mij echt ............. ( = wanneer een tekst gevoelens bij je oproept, werkwoord)
- 9. In een ........ werk je alleen met pijltjes, kernwoorden, symbolen.
- 10. Hij selecteerde ................... informatie, waardoor zijn presentatie slecht was (= onverschillig, maakt niet uit welke)
- 11. Wat de schrijver over het onderwerp vertelt
Down
- 1. In een tekst ga ik informatie ................. ( = zoeken wat geschikt is)
- 3. Die opdracht is erg ........... uitgevoerd (= ondeskundig)
- 5. Die kleuren zijn fel ............... ( = van elkaar verschillend)
- 6. In deze instelling zitten vooral kinderen met een ________________ (= verstandelijke) achterstand