Woordenschat

1234567891011
Across
  1. 2. Jason is een ________________ (= aardige) kerel. We gaan vaak samen naar het skatepark.
  2. 4. Letten op een goede houding, rug en nek niet belasten.
  3. 7. Van mijn moeder moet ik een ________________ (= met een goede kwaliteit) winterjas kiezen.
  4. 8. Die tekst kon mij echt ............. ( = wanneer een tekst gevoelens bij je oproept, werkwoord)
  5. 9. In een ........ werk je alleen met pijltjes, kernwoorden, symbolen.
  6. 10. Hij selecteerde ................... informatie, waardoor zijn presentatie slecht was (= onverschillig, maakt niet uit welke)
  7. 11. Wat de schrijver over het onderwerp vertelt
Down
  1. 1. In een tekst ga ik informatie ................. ( = zoeken wat geschikt is)
  2. 3. Die opdracht is erg ........... uitgevoerd (= ondeskundig)
  3. 5. Die kleuren zijn fel ............... ( = van elkaar verschillend)
  4. 6. In deze instelling zitten vooral kinderen met een ________________ (= verstandelijke) achterstand