Woordenschat

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 5. tiener, iemand die bijna volwassen is
  2. 10. evolutie, vooruitgang, uitvinding
  3. 12. iemand die rechten heeft gestudeerd
  4. 13. zeer treurige gebeurtenis, ramp
  5. 14. richting
  6. 15. gebruiken
  7. 19. zachtjes lachen
  8. 20. druk praten
Down
  1. 1. wettelijk, door de overheid bepaald
  2. 2. fase, stap
  3. 3. de manier waarop iets aanvoelt
  4. 4. laten merken dat je boos bent, maar niet zeggen waarom
  5. 6. gewoonte, normale gang van zaken
  6. 7. onderzoeken wat mensen denken of voelen
  7. 8. ermee te maken hebben, een rol spelen in iets
  8. 9. redenen voor iets geven
  9. 11. snel, pienter, slim
  10. 16. naar een veilige plek brengen
  11. 17. opscheppen, proberen indruk te maken door het mooier te maken dan het is
  12. 18. je heel erg inspannen, lijden