Woordenschat A

1234567891011121314
Across
  1. 1. De stof die je niet kunt zien, net als lucht.
  2. 5. De rand van een rivier, kanaal of meer, met zand en planten.
  3. 7. De strook land langs de zee.
  4. 10. Het harde, buitenste gedeelte van de aarde.
  5. 11. Ophouden te bestaan.
  6. 12. Het is nat en heeft geen vaste vorm.
  7. 13. Beginnen te bestaan.
  8. 14. Helemaal kapot maken.
Down
  1. 2. Heel bijzonder of spannend.
  2. 3. Vlammen, rook en hete, gesmolten stenen komen uit de vulkaan.
  3. 4. Ervoor zorgen dat het goed blijft gaan met iets.
  4. 6. Mensen die op een bepaalde plek in gevaar zijn naar een veilige plaats brengen.
  5. 7. De stenen kant van het water waar een schip kan aanleggen.
  6. 8. Niet bijzonder, niet spannend.
  7. 9. Erg hete, gesmolten stenen die uit een vulkaan stromen.