woordenschat blok 2 week 1
Across
- 3. een spel waarbij je op één been moet springen.
- 6. een bril die je draagt onder water. je kunt dan onder water kijken.
- 8. bij iemand op bezoek zijn en daar blijven slapen.
- 10. heel leuk.
- 11. iemand die op vakantie is.
- 12. het stuk land aan de rand van de zee.
Down
- 1. dit zijn bergen van zand.Dit zie je vlak bij zee.
- 2. zijn ergens naartoe gaan.
- 4. een vlieger in de lucht laten vliegen.
- 5. een ander woord voor de reis met een vliegtuig.
- 7. een ander woord voor als je weggaat.
- 9. pad gaan een ander woord voor vertrekken.