woordenschat blok 3, energie

123456789101112131415161718192021222324
Across
  1. 2. Zonder fouten.
  2. 7. Datgene waar iemand heel goed in is.
  3. 9. De grond waarop mensen, dieren en planten leven.
  4. 12. Synoniem van ontploffen.
  5. 14. In beweging brengen.
  6. 15. Zonder roest.
  7. 18. Ergens beter in zijn dan anderen.
  8. 19. Zo gevaarlijk dat je er dood aan kunt gaan.
  9. 20. Het droogmaken van een stuk land.
  10. 22. Heel erg vervelend.
  11. 23. Iemand die ergens ontzettend veel aanleg voor heeft.
  12. 24. Het knippen van takken van struiken en bomen.
Down
  1. 1. Soort sterke touwen van verschillende stalen draden. Daar doorheen gaat elektriciteit met een hoge spanning.
  2. 3. Steeds weer opnieuw te laden met elektriciteit.
  3. 4. Iets wat niet gelukt is.
  4. 5. Meteen.
  5. 6. Een apparaatje om vuur mee te maken.
  6. 8. Iemand die door te studeren veel kennis heeft behaald op een bepaald gebied.
  7. 10. Er dijken omheen zetten.
  8. 11. Apparaatje dat elektriciteit maakt als het draait.
  9. 13. Omhoog gaan.
  10. 16. De drukte.
  11. 17. Op een bepaalde volgorde zetten.
  12. 21. Twee helften zijn elkaars spiegelbeeld.
  13. 24. Synoniem van nauwkeurig.