Woordenschat en termen semester 2

1234567891011121314
Across
  1. 3. Woordstam, betekent "ver"
  2. 4. Regels, normen
  3. 6. Vorm van beeldspraak waarbij men zich niet baseert op gelijkenis, maar wel op een ander verband (deel voor het geheel, ...)
  4. 7. Woorden die op precies dezelfde manier worden geschreven maar niet dezelfde betekenis hebben.
  5. 9. Van antwoord dienen, antwoorden, reageren.
  6. 12. Af en toe
  7. 13. Soort interview dat probeert de ondervraagde kritisch aan de tand te voelen.
  8. 14. Verkeerd argument, ongeldig argument (algemene term)
Down
  1. 1. Standpunt is gelijk aan argument.
  2. 2. Talrijk
  3. 5. Gefascineerd
  4. 8. Verzameling van "taalkunstjes" zoals lipogram, pangram,...
  5. 10. Met de letters van een woord een nieuw woord maken.
  6. 11. Onderliggende term