Woordenschat h6 - klas 2

1234567891011121314
Across
  1. 3. stelt vast
  2. 5. je snelheid verhogen
  3. 7. zich af je ergens tegen afduwen om vaart te krijgen
  4. 10. manier waarop je te werk gaat als je start
  5. 13. spullen die je voor een bepaalde zaak nodg hebt
  6. 14. op je rug liggend sleeën
Down
  1. 1. route die de wedstrijddeelnemers moeten afleggen
  2. 2. heel hard ijzer
  3. 4. op een andere plaats leggen
  4. 6. is voorzien van
  5. 8. een kortdurende verhoging van de snelheid
  6. 9. plaats waar je tot stilstand kunt komen
  7. 11. opnieuw ingevoerd
  8. 12. controleerbare gebeurtenis (of gegeven)