Woordenschat ICT 3: 2.3-2.4

12345678910
Across
  1. 3. Een foto.
  2. 5. Ik wil een add-ons aan mijn Firefox …
  3. 7. Geef de infinitief van het verbum: Ik …… een beamer ….. mijn computer.
  4. 8. In Word moet ik een foto importeren zodat ik het kan bewerken. Ik ga een foto …
  5. 10. bv. 16:9 of 4:3
Down
  1. 1. Ik ga iets veranderen aan dat document. Ik ga iets …..
  2. 2. .doc .pdf .txt etc.
  3. 4. Een tablet, een smartphone, een laptop zijn allemaal ……
  4. 6. De link.
  5. 9. Als ik iets wil zoeken op internet, typ ik iets in de ….. van Google.