Woordenschat IT: Test 2.2

1234567891011
Across
  1. 4. Ik steek al mijn documenten in een virtuele …. per thema zodat ze allemaal geordend zijn
  2. 7. Back-up
  3. 8. Geef de infinitief van het verbum: Ik …… een beamer ….. mijn computer.
  4. 9. Het document
  5. 10. Er is een component kapot in mijn computer. Ik ga dit oude component … een nieuw component
  6. 11. Ik steek de ….. in het stopcontact.
Down
  1. 1. Een programma is niet altijd ... met Mac. Soms kan het programma niet worden geïnstalleerd.
  2. 2. Geef de infinitief van het verbum: De computer werkt niet meer. Ik druk op ctrl + alt + del
  3. 3. In Word kies ik Times New Roman.
  4. 5. Geef de infinitief van het verbum: Zorgen dat er geen virussen op de computer kunnen komen. Ik ga mijn computer ….. met een antivirus.
  5. 6. Een kopie van je scherm. Bij Windows gebruik je de PrtScr-toets.