Woordenschat i.v.m. kopen en verkopen

12345678910
Across
  1. 4. een grote winkel waar je alles kan vinden
  2. 6. verkoper op de markt
  3. 8. rustig slenteren, op zijn gemak wandelen
  4. 9. crèmerie
  5. 10. overschot
Down
  1. 1. ondergoed
  2. 2. telmachine voor winkels
  3. 3. cinema
  4. 5. dopje met gekarteld randje als flessluiting
  5. 7. afbetaling