woordenschat nederlands

1234567891011121314151617181920212223242526
Across
  1. 3. de afwijking, de mistoestand
  2. 6. een priester voor militairen gevangenen en leden van een jeugdbeweging
  3. 7. ergens heel goed in zijn
  4. 8. kort en bondig, je beperken tot de kern van de boodschap
  5. 11. taalregister
  6. 12. ergens helemaal in doordringen
  7. 15. allereerst, in het begin
  8. 17. aanmoedigen
  9. 18. verzameling van creatieve uitingen waarmee iemand toont wat hij kan
  10. 21. invloed, uitwerking
  11. 22. kenmerkend zijn voor iemand
  12. 23. een woord dat aangeeft wat je moet doen
  13. 25. richtlijn of aanwijzing over hoe iets uitgevoerd moet worden
  14. 26. inschrijven, opnemen in een register
Down
  1. 1. het ideale (perfecte) nastreven
  2. 2. het grondig gebied van een dier
  3. 4. altijd, voortdurend
  4. 5. heimelijk, stiekem
  5. 9. volgens de oude gewoonte
  6. 10. ingewikkeld, complex, moeilijk
  7. 11. een oude gewoonte van een groep
  8. 13. een model
  9. 14. waar erg over nagedacht werd
  10. 16. ophitsen, aanzetten van tot het plegen van misdrijf
  11. 19. verdediging van een standpunt
  12. 20. zeldzaam verschijnsel
  13. 24. vleugje, zweempje