Woordenschat Taal: thema 5
Across
- 5. Iemand kunnen vertrouwen, doen wat je belooft.
- 7. Iets waardoor je meer over een onderwerp te weten komt.
- 8. Iets dat je helpt (zoals siroop tegen hoesten).
- 10. Serieus, geen grapjes.
- 11. Opzettelijk dingen zeggen die niet waar zijn of iemand op het verkeerde been zetten.
- 12. Iemand die in de fabriek werkt en iets maakt.
- 14. Hoe iets is.
Down
- 1. Iemand die dingen in de winkel koopt en gebruikt.
- 2. Uitleggen waarom je gelijk hebt.
- 3. Iemand met een mooi praatje overhalen om iets te doen.
- 4. Iemand die iets pijnlijks of erg heeft meegemaakt.
- 6. Kijken naar dingen die goed lukken, tegenovergestelde van negatief.
- 9. Een gesprek waarin iedereen zegt hoe hij ergens over denkt.
- 13. Plotseling erg angstig worden.