woordenschat taal

1234567891011
Across
  1. 2. Iets waarvan je denkt dat het niet goed is.
  2. 6. Ergens negatief over reageren.
  3. 7. Zoutwatervis.
  4. 9. Erg rijk.
  5. 10. Planten die in zee leven.
Down
  1. 1. Iets dat expres vals of oneerlijk is.
  2. 3. Helemaal geen geld.
  3. 4. Een prettig gevoel.
  4. 5. Ergens positief over reageren.
  5. 8. de dupe van zijn De schuld krijgen.
  6. 10. de aandacht ontsnappen Als je iets niet ziet of niet hoort.
  7. 11. Smal beekje met water wat met eb droog staat.