woordenschat thema 3

12345678910111213141516171819202122
Across
  1. 4. iets kunnen, in ... zijn
  2. 5. doen of zeggen als antwoord op iets
  3. 6. raar
  4. 8. Omdat Deninho goed gewerkt heeft, krijgt hij een...
  5. 9. Ik snap jou, ik heb ... voor jou.
  6. 11. Iedereen kijkt naar de sprint van Javie. Hij steelt de ...
  7. 12. alle klusjes in huis
  8. 15. laten weten
  9. 17. kleine ruzie
  10. 19. parten om elkaars mening te horen
  11. 20. S. is helemaal ... van die leuke klasgenoot.
  12. 21. de manier waarop je praat
Down
  1. 1. plots beginnen te lachen; in de lach ...
  2. 2. Alles mislukt, ik heb mijn ... niet!
  3. 3. als je moet zorgen dat iets goed gaat ben je...
  4. 4. een ander woord met dezelfde betekenis
  5. 7. waardering
  6. 10. contact hebben
  7. 11. in de war zijn van iets; van ... raken
  8. 13. de stemming
  9. 14. gedrag
  10. 16. iemand willen helpen
  11. 18. ergens geen zin in hebben, tegen iets ...
  12. 22. Zij is heel verbaasd, ze kan haar ... niet geloven.