Woordenschat THEMA 6 Les 1&2

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738
Across
  1. 3. een smaak --> twee ........
  2. 4. een teen --> twee.........
  3. 7. bo(l-ll)en
  4. 11. EEN ROOS --> twee ......
  5. 12. EEN AUTOMAAT --> twee .......
  6. 15. juw(e-ee)len
  7. 16. EEN BAAN --> twee ........
  8. 19. t(u-uu)ba
  9. 21. n(e-ee)men
  10. 23. git(a-aa)ren
  11. 25. A.U.B.
  12. 26. cell(o-oo)
  13. 27. deze bomen vind je in tropische landen en er hangen soms kokosnoten aan.
  14. 30. de deur is niet open maar ......
  15. 31. vi(o-oo)l
  16. 33. ro(k-kk)en
  17. 34. str(e-ee)pen
  18. 37. da(s-ss)en
  19. 38. EEN AAP --> TWEE .......
Down
  1. 1. een munt --> twee .......
  2. 2. een kasteel --> twee ...........
  3. 5. contr(a-aa)bas
  4. 6. kl(a-aa)rinet
  5. 8. h(o-oo)bo
  6. 9. niet mooi maar ......
  7. 10. dit kun je meenemen naar school om 's middag op te eten
  8. 13. halske(t-tt)ing
  9. 14. een zeef-->twee ..........
  10. 17. r(o-oo)ze
  11. 18. kleurrijke vogel die kan spreken
  12. 20. picc(o-oo)lo
  13. 22. g(e-ee)le
  14. 24. saxof(o-oo)n
  15. 28. so(k-kk)en
  16. 29. sport met een racket en een balletje
  17. 32. een noot --> twee ........
  18. 35. pi(a-aa)no
  19. 36. ander woord voor slang