Woordenschat week 1 les 1 en 3

123456789101112
Across
  1. 2. - lekker en bijzonder eten
  2. 3. - een klein hapje dat je vooraf of tussen twee gangen door krijgt
  3. 5. - het sinaasappelsap
  4. 7. - alles wat te maken heeft met lekker eten en drinken
  5. 8. - hotels, restaurants en cafés
  6. 11. - als er alcohol in zit
  7. 12. - iets heel graag willen opeten
Down
  1. 1. - iemand een gerecht opdienen
  2. 4. - boven elkaar geplaatste borden in een rekje waar je kleine hapjes mee opdient
  3. 6. - als ergens prik in zit, zoals cola
  4. 9. - alles wat met koken te maken heeft
  5. 10. - een gerecht mooi maken met versieringen