woordenschat week 23 B

12345678910
Across
  1. 2. Leven van iets.
  2. 4. Bewijzen.
  3. 5. Opmerken.
  4. 7. Als je lijf ergens niet tegen kan.
  5. 8. Te koop en beschikbaar.
  6. 10. Dat iets niet gebeurt.
Down
  1. 1. Het herkennen van verschillen.
  2. 3. Een maatregel om problemen te voorkomen.
  3. 6. Een klein onzichtbaar beestje waarvan je soms ziek wordt.
  4. 9. Eentje van iets.