Woordenschat week 38
Across
- 1. Op geen enkel ogenblik
- 7. Iets wat je kunt doen om te zorgen dat het beter wordt
- 9. Leren voor een beroep
- 10. Omhoog gaan
- 11. Een plan voor hoe iets nieuws eruit moet zien
- 13. Achteruitgang
- 15. Maken
- 17. De stof om iets te laten rijden of vliegen, zoals benzine of gas
- 19. De lucht die je inademt en de natuur om je heen
Down
- 2. Uit de mode, zoals vroeger
- 3. Hoe iets eruit ziet
- 4. Als je ergens weinig van gebruikt
- 5. Helemaal goed, zonder fouten
- 6. Ergens heen gaan
- 7. De reis met een vliegtuig
- 8. Op de grond komen
- 10. Op één of andere manier
- 12. De proef
- 14. De uitkomst
- 16. Niet perfect
- 18. Zoals je denkt dat het in de toekomst zal zijn of eruit zal zien