Woordenschat woorden thema 9 en 10

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132
Across
  1. 6. Plotseling beginnen.
  2. 7. Een muziekgroep die bestaat uit trommelaars.
  3. 9. Groep die een feest organiseert
  4. 10. Iemand die voert actie voor de vrede.
  5. 12. Je hebt elkaar nodig.
  6. 15. Een muziekgroep zonder trommelaars, maar met blaasinstrumenten.
  7. 21. Een lang kleurig versiersel dat je op hangt.
  8. 22. Expres iets in brand zetten.
  9. 25. Een markt die ieder jaar wordt gehouden.
  10. 26. Over iets praten en proberen het eens te worden.
  11. 28. Er wordt niet gevochten
  12. 29. feestvreugde Plezier op een feest.
  13. 30. Een soort lamp van papier.
  14. 31. Een grote vlag met een naam of een plaatje erop.
  15. 32. Een klein gebouwtje waar je dingen kan kopen
Down
  1. 1. Een jurk die je op een feest draagt.
  2. 2. Een groep mensen die laat zien dat ze het ergens niet mee eens zijn of boos over zijn.
  3. 3. een persoon die graag naar feestjes gaat
  4. 4. Je reist de heen en terugweg.
  5. 5. Heeft te maken met het geloof van de Joden
  6. 8. Een officiƫle, plechtige bijeenkomst om iets te
  7. 11. Heeft te maken met het geloof van de Hindoes.
  8. 13. Een zaal waarin een feest wordt gehouden.
  9. 14. moment dat het nieuwe jaar begint
  10. 16. Iemand die in opstand is.
  11. 17. Heeft te maken met het geloof van christenen.
  12. 18. Met een knal uit elkaar springen.
  13. 19. Iemand die spullen verkoopt bij een stand.
  14. 20. Horend bij een feest.
  15. 23. Een muts die je op een feest draagt.
  16. 24. Slaan met stokjes op trommels of bekkens.
  17. 27. Een titel dat je iets belangrijks hebt gedaan.