Woordenschat

12345678910
Across
  1. 2. Dat meisje is ... met haar geld als ze shopt, want ze geeft steeds meer dan 500 euro uit.
  2. 3. Politici zijn vaak ..., want ze doen andere dingen dan ze beloven.
  3. 6. Apple is ..., want het bedrijf gaat steeds op zoek naar vernieuwingen.
  4. 9. De bouwonderneming is klaar met het bouwen van het huis, dus het huis wordt opgeleverd.
  5. 10. Het meisje is ..., want ze heeft een hoge dunk van zichzelf.
Down
  1. 1. Charlie heeft geen moedervlek, maar een ... op zijn gezicht.
  2. 4. Luc is een ... persoon, want hij neemt veel taken op zich.
  3. 5. De omaatjes zitten gezellig te ... . Ze praten over koetjes en kalfjes.
  4. 7. De ... van het huis is mooi versierd ter hoogte van voordeur.
  5. 8. Stefan heeft ... handen, want hij is zenuwachtig.