Woordenschat

12345678910
Across
  1. 3. Doet met best aan de voeten, wanneer men schoenen aandoet!
  2. 4. Hij knipt jouw haren weer in model!
  3. 7. Dit is sap gemaakt van een oranje vrucht.
  4. 9. Dit heb je in je mond en moet je elke morgen en/of avond poetsen.
  5. 10. 'Priester' in een protestantse kerk
Down
  1. 1. Hier ga je lekker eten wanneer je geen zin hebt in koken.
  2. 2. dit gebeurt met een schaap (Schaf) wanneer het zomer wordt!
  3. 5. Hij rijdt je naar de plaats waar je heen wil
  4. 6. Dit zeg je wanneer je iemand tegenkomt die jarig is. '...! Je bent nut 15 jaar geworden!'
  5. 8. Hij wordt elke maand door de staat betaald: een leraar bv.