Woordpakket 13

12345678910111213141516171819
Across
  1. 1. Op woensdag ga ik paardrijden in de ...
  2. 6. Mogelijkheid tot werken.
  3. 8. Hij kwam op voor zijn vriend. Hij heeft een sterke ...
  4. 10. voortplanting
  5. 12. reclame
  6. 13. Een middelbare school.
  7. 14. Een groep mensen die bepaalt hoeveel punten je krijgt in een wedstrijd.
  8. 16. Manier van doen en denken.
  9. 17. Om 19 uur kijken mama en papa naar het ...
  10. 18. Alle mensen ter wereld.
  11. 19. Een dier met een lange nek.
Down
  1. 2. Toen ik in de winkelstraat aan het wandelen was zag ik een mooi kleedje hangen in de ...
  2. 3. Op het vliegtuig mag je maar 25 kg ... meenemen.
  3. 4. Ergens verblijven.
  4. 5. Hij had een grote ... voor de ruimtevaart.
  5. 7. De auto staat in de ...
  6. 9. De clowns ... met de ballen.
  7. 11. We kijken naar de ... op de televisie.
  8. 14. De jongste van twee personen met dezelfde naam.
  9. 15. Om te kijken hoe laat het is moet je op je ... kijken.