Woordsoorten benoemen

123456789101112131415161718192021222324252627282930
Across
  1. 2. Persoonlijk voornaamwoord; eerste persoon enkelvoud
  2. 9. Geeft aan dat iets van iemand is
  3. 12. Persoonlijk voornaamwoord; eerste persoon meervoud
  4. 14. Lidwoord
  5. 15. In "dat is hun huis" is het bezittelijk voornaamwoord:
  6. 16. In "kom niet aan zijn auto!" is het bezittelijk voornaamwoord:
  7. 17. Lidwoord
  8. 19. "De jas hangt ... de kast"
  9. 20. Vul aan met een bijvoeglijk naamwoord: "de grote olifant, de ... muis"
  10. 21. Persoonlijk voornaamwoord; tweede persoon enkelvoud informeel
  11. 23. Vul aan met een bijvoeglijk naamwoord: "zo ... als gras"
  12. 24. "Yvette staat ... iedereen"
  13. 25. In "zijn sleutels vallen van tafel" is het werkwoord:
  14. 26. In "Ik ga naar de Alpen" is het zelfstandig naamwoord:
  15. 27. "De kat zit ... een kussen"
  16. 29. geeft aan dat er iets gebeurt (meestal; dat er iets gedaan wordt)
  17. 30. "De docent bladert ... het boek"
Down
  1. 1. In "Suze spiekt bij Büsra" is het werkwoord:
  2. 3. Worden ook wel kast/kooiwoorden genoemd
  3. 4. verwijst naar een persoon of een groep personen
  4. 5. benoemt een eigenschap of kenmerk van een zelfstandig naamwoord
  5. 6. om een naam, dier of ding te benoemen
  6. 7. "Ik haal de tv ... een doos"
  7. 8. Vul aan met een bijvoeglijk naamwoord: "Zij is het ... meisje van de klas"
  8. 10. In "ik meen het echt!" is het werkwoord:
  9. 11. Lidwoord
  10. 13. Persoonlijk voornaamwoord; tweede persoon meervoud
  11. 16. Persoonlijk voornaamwoord; derde persoon meervoud
  12. 17. Persoonlijk voornaamwoord; derde persoon enkelvoud (mannelijk)
  13. 18. In "dat is mijn boek" is het bezittelijk voornaamwoord:
  14. 22. In "Sem loopt weg" is het zelfstandig naamwoord:
  15. 28. Woordsoort, bestaat uit drie woorden