woordverklaring Celien 4DIcursus tv snijden
Across
- 3. Het is een brede glets die in de diamant zit. Ze ligt gelijk met de oppervlakte van een facet en ziet eruit als een regenboog. Zulke geltsen ontstaan vaak bij het snijden.
- 5. Koolstof die onder hoge druk verandert in een diamant.
- 6. Het licht dat weerkaatst op de facetten van de diamant.
- 7. Een ruwe vorm van diamant, met acht vlakken.
- 9. Diamantdeeltjes die loskomen tijdens de bewerking.
- 11. Een insluitsel dat ontstaat door extreme druk of temperatuur – het is een voorbeeld van een onzuiverheid.
- 13. Controleren of een meetinstrument correct is afgesteld.
- 14. Een natuurlijk materiaal om producten te maken, zoals diamant.
- 16. Iemand die beslist hoe een ruwe diamant het beste geslepen kan worden.
- 18. Goedkoop.
- 21. Iemand bepaalt bij de keuzebepaling hoe een ruwe diamant het best bewerkt kan worden.
- 22. Het terugkaatsen van het licht op het oppervlak van de diamant.
- 24. De verhouding tussen het gewicht van de geslepen diamant en de ruwe steen.
Down
- 1. Stoffen of structuren in een diamant die de helderheid verminderen. Voorbeelden: glets of piqué.
- 2. De onderkant.
- 4. De diamant breekt langs de natuurlijke breuklijnen, dus de diamant splijt.
- 8. Een hoek aan de onderkant.
- 10. Het licht gaat gebogen door de diamant, niet recht
- 12. Hard worden.
- 15. Breedste deel tussen de boven- en onderkant. Het is de cirkel van de diamant.
- 17. Met de loep naar de steen kijken om te zien of er problemen aan zijn.
- 19. Zo klein mogelijk/nauwelijks zichtbaar.
- 20. Slijprichting.
- 22. Hoeveel iets waard is/hoeveel iets kost.
- 23. Een stukje dat nog ruw is aan de diamant.