Woordwerk1-20

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637
Across
  1. 3. arts die mensen opereert
  2. 5. schuin, overdwars
  3. 6. de manier waarop je de woorden uitspreekt
  4. 7. zonder
  5. 12. een dag en een nacht samen, 24 uur
  6. 13. je mening geven, dan zeg je wat je ervan vindt
  7. 18. werkplaats van een kunstenaar
  8. 19. iemand slechter behandelen dan een ander
  9. 21. van het lichaam afhalen, verwijderen
  10. 22. boeiend, heel interessant
  11. 24. vrij veel, tamelijk, nogal, flink
  12. 25. heel precies, nauwkeurig
  13. 27. jeugdpuistjes
  14. 28. misdadiger
  15. 30. verhuizen naar een ander land
  16. 31. lagedrukgebied, dan komt er slecht weer
  17. 32. dierenwereld
  18. 33. het inzamelen van geld voor een goed doel
  19. 35. overheersend, je speelt de baas over anderen
  20. 36. eerste optreden
  21. 37. buitengewoon, uitzonderlijk
Down
  1. 1. meemaken, ondervinden, dan weet je hoe het is
  2. 2. iemand die een orkest leidt
  3. 4. opzeggen, voordragen
  4. 8. geld dat je aan een bedelaar geeft
  5. 9. verslag op radio of tv
  6. 10. vaststellen dat het waar is
  7. 11. afsluiting, er kan niemand meer door
  8. 14. hulpbehoevend, dan kan je niet zonder hulp
  9. 15. iemand die een muziekstuk bedenkt en opschrijft
  10. 16. getekende mop
  11. 17. sierlijk
  12. 20. groot, veel
  13. 23. iemand tot iets dwingen, anders verraad je hem
  14. 24. proberen in evenwicht te blijven, wankelen
  15. 26. boek over iemands leven, levensbeschrijving
  16. 29. zorgen dat het minder wordt
  17. 32. overdreven enthousiast, bezeten
  18. 33. lichamelijke toestand
  19. 34. extra beloning