words lesson 2- Esmee heezen

1234567891011121314
Across
  1. 3. als je over het water wil
  2. 4. waar je heen moet als je de tomtom aan zet
  3. 6. wanneer je ergens heen moet maar dan moet je geld betalen voor het aantal km
  4. 7. dat is de gene die rijdt
  5. 11. als je nog een keer met een ander trein moet rijden om bij je bestemming te komen dan moet je .....
  6. 12. de trein rijd erop
  7. 13. zo kom je bijvoorbeeld binnen bij een bioscoop
Down
  1. 1. daar rijd je mee en daar kan je mee rijden in smalle padjes
  2. 2. als iets niet goedkoop is
  3. 5. als je iets wilt eten maar haast hebt
  4. 6. als je iets bij de action koopt is het vaak ....
  5. 8. het tegenovergestelde van langzaam
  6. 9. als je te vroeg bent voor je trein dan moet je......
  7. 10. als er fille is dus dan ben je ergens later dit noem je .....
  8. 14. waar je mee rijdt op 4 wielen