Words lesson 2-Fae Rieborn

123456789
Across
  1. 2. Op de weg.
  2. 5. Vervoer wat veel Nederlanders gebruiken.
  3. 8. Ed Sheeran is het.
  4. 9. Voertuig wat over water gaat, zo licht als een veertje.
Down
  1. 1. Onhandig, eng.
  2. 3. Niet duur maar...
  3. 4. Koop je bijvoorbeeld voor de film of de trein.
  4. 6. Een voertuig inde lucht.
  5. 7. Het duurt te lang.
  6. 9. Het tegen gestelde van Langzaam.