words lesson 2 - Kaj van der Waal
Across
- 3. Iemand die een auto bestuurd.
- 4. transfer Dan ga je van de bus naar de trein.
- 7. Voertuig in de lucht.
- 10. Wait Soms moet je op een taxi.....
- 11. Sommige auto´s gaan heel.....
- 12. Rijdt ondergronds.
- 13. Waar je naar toe gaat.
- 14. Er rijden treinen op.
Down
- 1. Voertuig met vier wielen.
- 2. Als een train later aankomt.
- 3. In het midden van een stad.
- 5. Voertuig op water.
- 6. Als het spits is, is er veel.....
- 8. Kan heel lang duren.
- 9. Dat sta je achter de vangrail.