ws 1 verpleegtechnische vaardigheden deel 2

12345678910111213141516
Across
  1. 2. Ander woord voor naaldopening.
  2. 4. Desinfectiemiddel.
  3. 6. Handeling waarbij vloeistof met een holle naald in het lichaam gespoten.
  4. 7. Dit houdt in dat je bent opgeleid en daarom een handeling mag uitvoeren.
  5. 11. DKTP HiB BMR griep zijn hier voorbeelden van.
  6. 13. Waarschijnlijk het allermeest verontreinigd ding op de afdeling. Je loost er gebruikte naalden in.
  7. 14. Een ongewenst effect na of tijdens een handeling.
  8. 15. Wet op de geneeskundige behandelings-overeenkomst.
  9. 16. Dit houdt in dat je ergens goed in bent.
Down
  1. 1. Latijn voor 'onder de huid'.
  2. 3. Groep van handelingen die onaanvaardbare risico's met zich meebrengen indien uitgevoerd door een ondeskundig persoon.
  3. 5. Maximaal 5.. in de bil. Maximaal 2.. per gift elders in het lichaam.
  4. 8. Dit mag niet mee ingespoten worden in een lichaam. Het veroorzaakt een verstopping in de bloedbaan.
  5. 9. Hier zuig je medicatie uit op met een opzuignaald.
  6. 10. Latijn voor 'in de spier'.
  7. 12. Kans op besmetting met deze ziekte is het grootst na prikaccident.
  8. 16. Beroepen individuele gezondheidszorg.