W&W herh 1

123456789101112131415161718192021222324252627282930
Across
  1. 6. De koopkracht van het inkomen dat je verdient, hierbij is rekening gehouden met inflatie heet het ….inkomen.
  2. 8. Een extra loonsstijging bovenop prijscompensatie, mogelijk gemaakt door een stijging van de arbeidsproductiviteit noemt men een ……loonstijging
  3. 9. Het aantal goederen en diensten dat je met je inkomen kunt kopen.
  4. 10. Als je loon gelijk meestijgt met de algemene stijging van de prijzen. Je koopkracht blijft hierdoor gelijk.
  5. 11. De lonen passen zich niet snel aan op veranderingen van arbeidsmarkt.
  6. 12. Werkloosheid die ontstaat door minder verkoop van goederen en diensten wordt ook wel ….werkloosheid genoemd
  7. 14. ratio Verhouding tussen mensen met een uitkering en werkenden.
  8. 15. De vraag naar arbeid is groter is dan het aanbod van arbeid. Bedrijven kunnen moeilijk aan mensen komen. De lonen stijgen meestal bij een …. arbeidsmarkt.
  9. 17. Het percentage dat aangeeft hoeveel procent van de bevolking van 15 tot 65 werkt of wil werken.
  10. 19. De bereidheid van mensen bereid om te veranderen van baan, beroep of regio.
  11. 20. Het loon in euro’s heet het ….loon
  12. 21. …..kosten zijn kosten die onmogelijk terugverdiend kunnen worden.
  13. 24. Mensen die niet werken en een uitkering hebben.
  14. 26. Situatie waarbij de consumenten meer willen kopen dan er kan worden geproduceerd.
  15. 27. Alle werknemers met een tijdelijk contract bijvoorbeeld: zzp'ers en uitzendkrachten worden ook wel de ….van de arbeidsmarkt genoemd
  16. 28. Werkloosheid die ontstaat omdat bedrijven op een andere manier hun producten gaan maken heet ook wel ….werkloosheid
  17. 29. Als je bent ontslagen, kost het enige tijd om een nieuwe baan te vinden heet ook wel ….werkloosheid.
  18. 30. Frictiewerkloosheid en structurele werkloosheid zijn voorbeelden van ….werkloosheid
Down
  1. 1. Het deel van de productiecapaciteit dat wordt benut.
  2. 2. Als het nationaal inkomen minder hard groeit dan de trend dan is er sprake van …...
  3. 3. De mate waarin je in je behoeften kunt voorzien.
  4. 4. Het aantal uren dat een werknemer per jaar werkt bij een volledige baan.
  5. 5. Het opstellen van regels waardoor alle deelnemers zich gaan gedragen zoals wenselijk is wordt ook wel …..dwang genoemd.
  6. 7. Alle inkomens van alle bewoners van een land bij elkaar opgeteld. Onder alle inkomens wordt verstaan: rente, loon, pacht en winst.
  7. 13. De productie van alle mensen in een land bij elkaar opgeteld in een jaar.
  8. 16. Situatie waarbij de ene speler zwakker is geworden, omdat hij een (kostbare) investering heeft gedaan.
  9. 18. Situatie waarbij de consumenten minder willen kopen dan er kan worden geproduceerd.
  10. 22. Loonsstijging door bijvoorbeeld promotie wordt een …..loonstijging genoemd
  11. 23. Werkloosheid die ontstaat omdat lonen zich op korte termijn niet aanpassen aan de markt heet ook wel ….werkloosheid
  12. 25. De kennis en vaardigheden die werknemers bezitten en waarover bedrijven kunnen beschikken noemt men ….kapitaal.