Zomer

12345678910
Across
  1. 4. Hier hoopt niemand op.
  2. 5. er zijn minder mensen binnen maar zij zijn ...?
  3. 6. er staan velden van vol.
  4. 9. dit draag je wanneer er zon is.
  5. 10. Als je niet naar school hoeft dan heb je ...?
Down
  1. 1. Zand en zee.
  2. 2. schijnt wanneer het mooi weer is.
  3. 3. in het water moet je?
  4. 6. gezamenlijk buiten eten.
  5. 7. zomers drankje
  6. 8. Die komen massaal hier naar toe.
  7. 10. een emotie.