-eren, -elen, -enen

12345678910111213
Across
  1. 4. Als je springend loopt heet dat ...
  2. 5. Wie een tekening maakt, is aan het ...
  3. 6. Het meervoud van kind is ...
  4. 7. Als je iemand niet goed hoort, moet je beter ...
  5. 9. Kun jij tegen k...?
  6. 10. Als je een oefening maakt, ben je aan het ....
  7. 11. Als je heel langzaam door de stad loopt, heet dat ...
  8. 13. Een vak waarbij je sommen moet maken, is ...
Down
  1. 1. Als het vandaag woensdag is, dan was het ... dinsdag.
  2. 2. Ik hoor de telefoon ...
  3. 3. Als het koud is, moet je soms ...
  4. 6. Als een spelletje met knikkers speelt, ben je aan het ...
  5. 8. Als je een puzzel wil maken, moet je ...
  6. 12. Een tovenaar kan ...