-ig/-lijk, verenkelen en verdubbelen, g(t)/ch(t), -heid

12345678910111213
Across
  1. 2. Een ander woord voor blij.
  2. 6. Ander woord voor meteen. (Let op!)
  3. 9. Maak het woord af: Als je ergens niet bent, dan ben je af...
  4. 11. Als je twee dingen op hetzelfde moment doet, doe je het ...
  5. 12. Wat zeg je als iemand niest?
  6. 13. Als je altijd de waarheid vertelt ben je heel ...
Down
  1. 1. Het mooie meisje heeft de modellenwedstrijd gewonnen met haar ...
  2. 3. 88
  3. 4. Oké, het is waar wat je zegt. Je hebt ...
  4. 5. Als iets voor altijd duurt, duurt het ...
  5. 6. Er zijn 2 auto's op elkaar gebotst, er is een ... gebeurd.
  6. 7. Maak het woord af: Van een achtbaan over de kop word ik mis...
  7. 8. Een ander woord voor vriendelijk.
  8. 10. Tegenovergestelde van moeilijk.