10.5 De weg die impulsen afleggen

123456789101112131415
Across
  1. 4. Reflex waarbij de spier in het bovenbeen samentrekt na een tik onder de knieschijf.
  2. 8. Deel van het zenuwstelsel dat reflexen in hoofd en hals regelt.
  3. 9. Cellen die prikkels uit de omgeving opvangen en omzetten in impulsen.
  4. 12. De route die impulsen afleggen van zintuigcel tot spier of klier bij een snelle reactie.
  5. 13. Reactie op fel licht waarbij de opening in het oog kleiner wordt.
  6. 14. Deze zenuwcellen geleiden impulsen van zintuigen naar het centrale zenuwstelsel.
  7. 15. Een snelle en automatische reactie op een prikkel, vaak bedoeld om schade te voorkomen.
Down
  1. 1. Deze geleiden impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren of klieren.
  2. 2. Deel van de hersenen dat betrokken is bij bewuste waarneming en besluitvorming.
  3. 3. Reactie waarbij impulsen via de hersenen gaan en je weet wat er gebeurt.
  4. 5. Een reactie die ervoor zorgt dat een spier weer korter wordt wanneer die plots oprekt.
  5. 6. Structuur die impulsen geleidt tussen hersenen en de rest van het lichaam, en reflexen in romp en ledematen aanstuurt.
  6. 7. Signaal dat door zenuwcellen wordt doorgegeven en ontstaat bij een prikkel.
  7. 10. Reactie waarbij een lichaamsdeel direct wordt weggetrokken van iets dat pijn doet.
  8. 11. Cellen in ruggenmerg of hersenstam die impulsen doorgeven aan andere zenuwcellen.