16 september

12345678910
Across
  1. 2. de stof om iets te laten rijden/vliegen
  2. 5. maken
  3. 7. uit de mode, zoals vroeger
  4. 8. leren voor een beroep
  5. 10. de lucht en natuur om je heen
Down
  1. 1. zoals je denkt dat het in de toekomst is
  2. 3. iets beter maken
  3. 4. op geen enkel ogenblik
  4. 6. op één of ander moment, een keer
  5. 9. als je ergens weinig van gebruikt