18

1234567891011121314
Across
  1. 5. ,neus: om mee te ruiken
  2. 6. ,pleister: dit plak je op een wond
  3. 8. ,vaas: om bloemen in te zetten
  4. 10. ,weinig: niet veel
  5. 12. ,zeven: zoveel dagen heeft een week
  6. 13. ,geld: om iets mee te kunnen komen
  7. 14. ,kaal: zonder haar
Down
  1. 1. ,strand: het zand bij de zee
  2. 2. ,melk: drank van een koe
  3. 3. , slingers: die hang je op als het feest is
  4. 4. ,bril: om beter mee te kunnen kijken
  5. 7. ,station: hier wacht je op de trein
  6. 9. ,hamer: om ergens een spijker mee in te slaan
  7. 11. ,lepel: om soep mee te eten