Across
- 7. Dit richtingscoëfficiënt van de lijn die door de punten (0, 4) en (2, 0) gaat
- 8. Dit getal is de a in y=ax+b
- 9. Dit moet je eerst maken voordat je een lijn kan tekenen in een assenstelsel
- 10. Als je weet van de lijn y=-x+b dat hij door het punt (1, 4) gaat, dan kan je dit doen met het punt om te bepalen wat het startgetal is
- 13. De lijn y=-2x+3 is ..., want de richtingscoëfficiënt is kleiner dan nul.
- 14. y=-2, y=-19 en y=2 zijn allemaal ... lijnen
- 16. Dit kan je doen aan beide kanten om de vergelijking 1/3 x + 2/3 = 4/3 makkelijker te maken
Down
- 1. 2x-6=10, x+17=-9 en 3x-3=2x+4 zijn allemaal voorbeelden hiervan
- 2. Dit getal is de b in y=ax+b
- 3. Dit gebruik je om dingen te tekenen bij het vak wiskunde
- 4. De oplossing van de vergelijking 2x-2=-10
- 5. x=3, x=5 en x=-11 zijn allemaal ... lijnen
- 6. Als een lijn ... is, dan is de richtingscoëfficiënt groter dan nul
- 11. De richtingscoëfficiënt van de lijn die door de punten (-1, -5) en (2, 10) gaat
- 12. Als je op de lijn y=2x-4 één naar rechts gaat, ga je ... omhoog
- 15. Dit getal krijg je als je x=3 invult in de formule y=-2x+10
- 17. De oplossing van de vergelijking -3x-2=3x-8
- 18. De oplossing van de vergelijking -2x-10=3x-10
