Mariniers testen vliegpak

123456789101112131415161718192021222324
Across
  1. 2. het tegenovergestelde van 'zinken'
  2. 3. het tegenovergestelde van 'los'
  3. 5. door welke plaats rijd of vaar jij heen?
  4. 7. een boot met veel containers
  5. 9. de boot ligt schuin, diagonaal
  6. 11. waar rijdt of vaar jij 'naast'
  7. 13. een machine waarmee je kan graven
  8. 16. je kunt het, goed zo
  9. 17. de 'natuur' heeft dit water gemaakt
  10. 18. de andere kant op
  11. 21. het tegenovergestelde van 'vast'
  12. 22. de boten komen hier allemaal samen, een soort 'station'
  13. 24. je bent aan het varen of rijden of lopen, je bent bezig
Down
  1. 1. een boot waarmee je kan slepen (trekken)
  2. 3. ergens anders neerleggen
  3. 4. het tegenovergestelde van 'duwen'
  4. 6. een rij met auto's of schepen achter elkaar, het is druk en je moet lang wachten
  5. 8. hier zitten veel 'spullen' in, maar er kan ook 'afval' in zitten.
  6. 9. hoeveel tijd kost het?
  7. 10. het gaat 'fout'
  8. 12. met een graafmachine kun je ......
  9. 14. langs welke weg ga jij rijden of varen of lopen of fietsen?
  10. 15. een auto 'rijdt' en een boot gaat .....
  11. 19. ander woord voor 'dingen'
  12. 20. dit is het 'meervoud van schip'
  13. 23. een rivier gemaakt door 'mensen'