Across
- 2. het tegenovergestelde van 'zinken'
- 3. het tegenovergestelde van 'los'
- 5. door welke plaats rijd of vaar jij heen?
- 7. een boot met veel containers
- 9. de boot ligt schuin, diagonaal
- 11. waar rijdt of vaar jij 'naast'
- 13. een machine waarmee je kan graven
- 16. je kunt het, goed zo
- 17. de 'natuur' heeft dit water gemaakt
- 18. de andere kant op
- 21. het tegenovergestelde van 'vast'
- 22. de boten komen hier allemaal samen, een soort 'station'
- 24. je bent aan het varen of rijden of lopen, je bent bezig
Down
- 1. een boot waarmee je kan slepen (trekken)
- 3. ergens anders neerleggen
- 4. het tegenovergestelde van 'duwen'
- 6. een rij met auto's of schepen achter elkaar, het is druk en je moet lang wachten
- 8. hier zitten veel 'spullen' in, maar er kan ook 'afval' in zitten.
- 9. hoeveel tijd kost het?
- 10. het gaat 'fout'
- 12. met een graafmachine kun je ......
- 14. langs welke weg ga jij rijden of varen of lopen of fietsen?
- 15. een auto 'rijdt' en een boot gaat .....
- 19. ander woord voor 'dingen'
- 20. dit is het 'meervoud van schip'
- 23. een rivier gemaakt door 'mensen'
