Middeleeuwen

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041
Across
  1. 5. Het heilige boek van de islam, waarin de belangrijkste regels en voorschriften van het islamitisch geloof staan.
  2. 9. Werkzaamheden die hogen gratis voor de heer moesten doen.
  3. 13. Economisch systeem waarbij een heer de horigen in zijn gebied beschermde, in ruil voor herendiensten en een deel van de opbrengst van het land.
  4. 14. Periode van 500 tot 1500 n.C.
  5. 15. Een economie waarin een gebied in zijn eigen economische behoeften voorziet.
  6. 17. Een vereniging van mensen die in een stad hetzelfde beroep uitoefenen. Dit had verplichtingen, maar ook voorrechten.
  7. 18. Een handelsverbond van steden langs de Noordzee en de Oostzee, dat rond 1350 op z'n machtigste was.
  8. 19. (1) Iemand die een heer hielp bij oorlogvoering, het bestuur en de rechtspraak en die als beloning daarvoor een stuk land in leen had.
  9. 24. De voorzitter van de rechtbank die benoemd werd door de heer van een gebied.
  10. 25. De naam die christenen gaven aan mensen die geloofden in natuurgoden en -kracht.
  11. 26. Gebied waar de heer de baas was en waarvan hij de inkomsten kreeg.
  12. 28. Een landbouwmethode waarin een stuk land één jaar gebruikt wordt voor wintergraan, één jaar voor zomergraan en één jaar braak staat.
  13. 31. (2) Iemand die een heer hielp bij oorlogvoering, het bestuur en de rechtspraak en die als beloning daarvoor een stuk land in leen had.
  14. 33. Een boer die geen eigen grond had, maar die moest werken op het land van de heer en die de grond van de heer niet mocht verlaten zonder toestemming.
  15. 35. Een systeem waarbij een heer stukken land uitleenden in ruil voor trouw en steun.
  16. 36. De belangrijkste leefregels voor moslims. Er zijn er vijf.
  17. 37. Een stadsleger van bewapende burgers dat de stad verdedigde tegen vijanden van buitenaf en optrad bij rellen.
  18. 38. Een maatschappij waarin bijna iedereen als boer werkt en er vrijwel geen steden zijn.
  19. 39. Een goed bewapende ruiter die voor oorlogvoering zijn eigen paard moest meenemen.
  20. 40. Het voor landbouw bruikbaar maken van bossen en moerassen.
  21. 41. Een brief waarin staat hoeveel geld een persoon heeft gestort op de bank. Dit kan bij een andere bank worden uitbetaald in geld.
Down
  1. 1. Periode van 500 tot 1000 n.C.
  2. 2. Een persoon die boodschappen van God of Allah krijgt en die doorgeeft aan de gelovigen.
  3. 3. Financiële middelen van een handelaar om goederen te kunnen inkopen.
  4. 4. Het personeel van de voorzitter van de rechtbank.
  5. 6. Het recht van inwoners om hun eigen stad te besturen en recht te spreken.
  6. 7. Een groep mensen die hun leven in dienst stellen van de christelijke godsdienst. Ook genoemd: de eerste stand.
  7. 8. Een groep mensen die zijn gespecialiseerd in verdediging en bestuur, die de baas zijn over één of meerdere domeinen en die een titel hebben. Ook genoemd: de tweede stand.
  8. 10. Een ambachtsman die met succes een proef had afgelegd en zijn eigen werkplaats mocht beginnen.
  9. 11. Een kervergadering.
  10. 12. Een priester die mensen tot het christelijk geloof probeert te bekeren.
  11. 16. Een geleerde die gespecialiseerd is in godsdienst.
  12. 20. Periode van 1000 tot 1500 n.C.
  13. 21. Dit waren de bossen en rivieren waar eten gehaald werd.
  14. 22. Hier woonden de horigen.
  15. 23. Hier stond de hoeve van de heer.
  16. 27. De leider van het islamitische rijk, een opvolger van Mohammed.
  17. 29. Iemand die eigendom was van een heer, die zelf geen bezit had en die voor zijn/haar heer moest werken als boerenknecht.
  18. 30. Iemand die stukken land uitleende aan leenmannen in ruil voor hun trouw en steun.
  19. 32. De groep van bewoners van een middeleeuwse stad.
  20. 34. Een ambachtsman die in dienst was van 'n ander en nog geen eigen bedrijf mocht hebben.