Woorden thema 5 taak 2

12345678910111213141516
Across
  1. 3. Dit gaat over afstand.
  2. 7. Het gebeurt iedere keer. Het gebeurt altijd.
  3. 9. Nieuwsgierig
  4. 10. Dit is een stuk weg speciaal voor fietsen.
  5. 12. Dit is een smalle plek tussen rijen spullen of banken.
  6. 14. Van de ene kant naar de andere kant.
  7. 16. Dit is de kant van je lichaam waar je hart is.
Down
  1. 1. Dit betekent dat je de auto stilzet op een plek.
  2. 2. Dit betekent dat je betaalt met een kaart.
  3. 3. Ik ga hier betalen.
  4. 4. Je gaat in dezelfde richting.
  5. 5. Oversteekplaats
  6. 6. Dit is iets over water of over een weg.
  7. 8. Iets hebben dat je zoekt.
  8. 11. Dit is de plek waar je naar binnen gaat.
  9. 13. Vervoermiddel met twee wielen
  10. 15. Een gebouw waar mensen samenkomen voor het geloof.