Schepping

12345678910111213
Across
  1. 5. Op de eerste dag was alles donker en leeg. God sprak, en meteen was er dit. Hij zag dat het mooi was en scheidde het van het donker.
  2. 6. Hij heeft geen WK gewonnen en Messi is beter dan hem.
  3. 8. De eerste mens die God maakte op dag zes. Hij had geen ouders, geen vrienden, geen telefoon. Maar hij mocht wel alle dieren een naam geven.
  4. 10. God maakte op dag vier grote lichten aan de hemel. De zon voor overdag, de maan voor de nacht. Maar hij maakte er nog veel meer, kleine lichtpuntjes die je vooral 's nachts ziet.
  5. 12. God zag dat Adam alleen was en dat was niet goed. Dus maakte hij haar, de eerste vrouw, terwijl Adam sliep.
  6. 13. Toen het droge land er was, zei God dat er van alles moest groeien. Gras, bloemen, bomen met vruchten en zaad. Wat is de verzamelnaam voor alles wat God die dag liet groeien?
Down
  1. 1. Op de zevende dag was God klaar. Hij stopte met werken en deed iets wat hij nog nooit eerder had gedaan. Hij genoot van alles wat hij gemaakt had en deed dit. God zegende deze dag en maakte hem bijzonder.
  2. 2. Op dag vijf vulde God de zeeën met allerlei dieren. Grote en kleine. Dit is het allergrootste dier dat in de zee zwemt, zo groot als een bus.
  3. 3. Dit grote grijze landdier met een lange slurf en grote oren maakte God op dag zes, samen met alle andere wilde en tamme dieren.
  4. 4. God zag dat de lucht nog leeg was op dag vijf. Dus maakte hij deze dieren om de lucht te vullen. Ze hebben vleugels, veren en ze zingen.
  5. 7. Op dag drie stroomde al het water op aarde naar één grote plek toe. Het droge land kwam tevoorschijn. Hoe noemde God al dat water bij elkaar?
  6. 9. God maakte hen als allerlaatste, op dag zes. Als enige van alle schepsels werden zij gemaakt naar Gods evenbeeld. Man en vrouw, en God gaf hen de opdracht om voor de aarde te zorgen.
  7. 11. God maakte op de tweede dag een grote koepel. Die verdeelde het water in tweeën: water erboven en water eronder. Dit is de naam die God aan die koepel gaf.