Across
- 2. Aan de ene kant wil ik graag op vakantie gaan, aan de andere kant heb ik het druk met werk.
- 3. Het weer is mooi, bovendien is het lekker warm buiten.
- 4. Ofschoon hij ziek was, kwam hij toch naar de vergadering.
- 7. Hij houdt van lezen, en hij houdt ook nog van schrijven.
- 9. houdt van lezen. Daarentegen vindt zij sporten veel leuker.
- 10. Het weer was mooi; echter begonnen de regenbuien onverwachts.
- 13. Ze heeft veel ervaring, daarnaast is ze ook erg enthousiast.
- 15. Het café ligt tegenover het station.
- 17. Ondanks dat het regende, gingen ze naar het strand.
- 18. Om te beginnen, moeten we de plannen goed doornemen.
- 19. Hoewel het koud was, gingen ze toch wandelen.
Down
- 1. Eerst moet je de ingrediënten verzamelen, vervolgens kun je beginnen met koken.
- 5. Hij is niet alleen slim, maar ook heel creatief.
- 6. Het was moeilijk, maar ik heb het toch gedaan.
- 8. We hebben de eerste vraag beantwoord. Verder kunnen we de rest van de opdracht bekijken.
- 11. Ik wilde naar het feest gaan, maar ik was te moe.
- 12. Ten slotte wil ik iedereen bedanken voor hun inzet.
- 14. Ten eerste moeten we de kosten berekenen.
- 16. Ik ga naar de supermarkt en haal wat fruit.
