Woordenschat & spelling 1A (moeilijke woorden lessen 1&2)

12345678910
Across
  1. 3. “D.B.” zijn de eerste letters van iemands voor- en achternaam. Dat zijn de ...
  2. 7. De manier waarop je een woord correct schrijft, noemen we de ...
  3. 8. Je gebruikt je handen om duidelijk te maken wat je bedoelt.
  4. 9. Je moet een formulier invullen met vragen over jouw mening.
  5. 10. 🚻 is een voorbeeld van een ...
Down
  1. 1. Je krijgt een nieuw toestel. Je leest de tekst waarin staat hoe je het moet gebruiken.gebruiksaanwijzing
  2. 2. Je vindt de geur van pizza zo lekker dat je meteen zin krijgt om te eten.
  3. 4. Je stuurt iemand een 😂 om te tonen dat iets grappig is.
  4. 5. Je zegt niets, maar rolt met je ogen. Je gebruikt ...
  5. 6. Je kiest liever pizza dan frieten. Wij _____ pizza.