2.3

12345678910111213141516171819202122
Across
  1. 6. aan dit stuk kun je je fiets vasthouden ha..... (d/t)
  2. 7. vrouwtjesleeuw l...... (eeuw/ieuw/uw)
  3. 9. plaats waar je iets kan vinden v......... (d/t)
  4. 16. met deze grote auto kun je veel materiaal vervoeren vr......... (g/ch/cht)
  5. 17. zwarte vogel met een gespleten staartpunt zw.... (eeuw/ieuw/uw)
  6. 20. dit geluid maken de koeien in de wei ge.... (aai/ooi/oei)
  7. 21. reeks wedstrijden met een speciale prijs als inzet t....... (aai/ooi/oei)
  8. 22. v....... en nadoen (eer/oor/eur)
Down
  1. 1. ijzeren toestel waar je een vuurtje in kunt branden in huis k..... (g/ch/cht)
  2. 2. niet één straat maar twee s...... (open lettergreep)
  3. 3. iemand die heel goed in opsporen is een s........ (eer/oor/eur)
  4. 4. als iets heel mooi is dan is het pr...... (g/ch/cht)
  5. 5. dit doe je met een schaar k...... (gesloten lettergreep)
  6. 8. dit trek je aan je vingers als je het koud hebt h......... (d/t)
  7. 10. boek om met stiften in te tekenen k........ (eer/oor/eur)
  8. 11. 80 t...... (g/ch/cht)
  9. 12. deze hulpverleners blussen het vuur de b......... (d/t
  10. 13. een hoop rommel r...... (aai/ooi/oei)
  11. 14. veel geluid l..... (aai/ooi/oei)
  12. 15. donder en bliksem o..... (eer/oor/eur)
  13. 18. dit doe je met water en zeep w..... (gesloten lettergreep)
  14. 19. geen rits maar kn.... om je jas dicht te maken (open lettergreep)